Wat is Sandplay?
SAMENVATTING
Zandspeltherapie is een ervaringsgerichte therapievorm waarbij gebruik wordt gemaakt van zand, water en een grote diversiteit aan spelmateriaal met veel miniatuurtjes en allerlei natuurlijke objecten. In dit artikel wordt behandeld hoe door middel van deze therapie de mogelijkheid geboden wordt om innerlijke impulsen naar buiten te brengen en ze in interactie met het materiaal vorm te geven via het maken van visuele beelden in het zand. Doordat het kind deze beelden creëert wordt zijn/haar innerlijk toegankelijk gemaakt door het samenspel van binnen en buiten, bewust en onbewust. In de loop van de therapie ontstaat er zo een serie beelden van het innerlijk in ontwikkeling.
1. INLEIDING
De theorievorming rond zandspeltherapie of sandplay, zoals het bij voorkeur wordt genoemd, volgens de methode van Dora Kalff is Jungiaans georiënteerd. Een basaal uitgangspunt is daarbij dat er diep in het onbewuste een autonome tendens is voor de psyche om zichzelf te genezen zodra er de juiste voorwaarden aanwezig zijn.
Het verschil tussen sandplay en andere creatieve
methoden is dat er bij sandplay geen artistiek talent op het vlak van
tekenen, drama of anderszins vormgeven nodig is: het expressieve
materiaal is al direct voorhanden in de vorm van de miniatuurtjes en de
natuurlijke objecten. De duidelijk afgebakende ruimte van de zandtafel
geeft een begrenzing aan het spanningsveld tussen de innerlijke
impulsen en fantasieën en de concrete vorm van de verschillende
figuurtjes. Deze figuurtjes en objecten zijn weliswaar in grote
hoeveelheden voorhanden, maar er is toch een beperkt aantal. Hierin
ligt een weerspiegeling van de realiteit: wij allemaal hebben wensen en
impulsen die in het spanningsveld met de realiteit vaak maar
gedeeltelijk tot uitdrukking kunnen komen en die op hun beurt weer door
de realiteit beïnvloed worden. Door dit zelfde spanningsveld aan te
bieden in een therapeutische spelvorm krijgt het kind via eigen keuzes
uit het beschikbare materiaal de kans om eigen oplossingen te ontdekken
en om verborgen delen van zichzelf naar boven te laten komen en
zichtbaar te maken in het zand.
Voor sandplay is een zekere
symboolgevoeligheid een noodzakelijke voorwaarde, terwijl verbale
vaardigheden daarentegen niet vereist zijn. Verder gelden
dezelfde indicaties en contra-indicaties als voor kinderpsychotherapie
in het algemeen.

figuur 1. Sandplay-wereld, latentie-kind
2. HISTORISCH OVERZICHT VAN DE ONTWIKKELING VAN SANDPLAY
Hoewel sandplay als therapievorm nog jong is, is het gebruik van visualisatie een oeroude menselijke activiteit. Het gebruik van zand hierbij kan teruggevonden worden bij vroegere, zelfs prehistorische volken. Bekend zijn de magische cirkels die de sjamanen in de aarde tekenden ter bescherming van zichzelf. Zandschilderingen komen ook voor bij de precolumbiaanse volkeren van Zuid-Amerika en bij de Tibetanen. Een aan sandplay verwante activiteit kan gezien worden in de zandschilderingen van de Navaho-indianen. Deze zandschilderingen werden uitgebreid toegepast in genezingsceremonieën en dit gebeurt nog tot op de huidige dag. De symbolische zandschilderingen worden volgens rituele regels gemaakt en representeren allerlei goddelijke, dierlijke en menselijke energieën en ook natuurlijke geometrische symbolen. Wanneer de zandschildering klaar is gaat de patiënt erin zitten en worden de verschillende kleuren van het zand op het lichaam van de patiënt gebracht. Op deze manier wordt de patiënt in verbinding gebracht met goddelijke energieën die een ervaring van innerlijk evenwicht, welbevinden of gezondheid tot gevolg hebben.
De eerste Jungiaan die zich eigenlijk met sandplay
bezighield was Jung zelf. Hij beschrijft in zijn autobiografie "Memory,
dreams, reflections" hoe hij in 1912 de genezende werking van zandspel
"ontdekte". Na zijn breuk met Freud verviel Jung in een diepe depressie
en verwarring. Noch verbale analyse van zijn dromen noch bezinning op
zijn leven bood hem oplossingen. Hierop besloot hij om zich geheel open
te stellen voor zijn innerlijke "onbewuste" impulsen en om zomaar te
doen wat er bij hem opkwam. Hij herinnerde zich dat hij als kleine
jongen kastelen en gebouwen van steen en modder had gemaakt, en hij
vroeg zich af of die kleine jongen die vroeger zo creatief was op de
een of andere manier nog te bereiken zou zijn. Het leek hem dat hij als
volwassene onmogelijk de brug terug zou kunnen vinden naar zijn
kindertijd. Toch wilde hij opnieuw contact met deze periode krijgen. De
enige manier om dit te doen, bedacht hij, was om weer terug te keren
naar zijn kinderspel.
Hij had hier wel veel moeite mee en tegelijk ook veel weerstand tegen.
Hij vond het een nogal vernederend idee om terug te keren naar
zogenaamd "kinderspel". Desalniettemin ging hij toch iedere dag serieus
en met regelmaat spelen met aarde en stenen en water aan de rand van
het meer van Zürich.
Hij beschrijft in zijn autobiografie dat langzamerhand zijn gedachten
ophelderden en hem in staat stelden om gaandeweg uit zijn depressie te
klimmen. Het spelend bezig zijn maakte bij hem een enorme stroom aan
fantasieën en energie los. Later verbreedde zich dit spel met aarde en
water naar schilderen en beeldhouwen. Vanuit deze ervaring ontwikkelde
hij zijn grote waardering voor fantasie, die hij aanduidde als "de
moeder van alle mogelijkheden, waar alle psychologische
tegenstellingen, de innerlijke en de uiterlijke wereld bij elkaar komen
in een levende heelheid". (Collected works, vol. 6, pag. 52).
Langs deze weg heeft Jung later de techniek van actieve imaginatie
ontwikkeld.
In 1911 publiceerde H. G. Wells zijn boek "Floor
Games". In dit boek beschreef hij het enorme plezier dat hij beleefde
met zijn zonen op de zolder in het bouwen van allerlei werelden op de
vloer. Dit boek inspireerde Margaret Lowenfeld, een Freudiaans
psychiater aan het instituut van Child Psychology in Londen, tot het
schrijven van het boek "World Techniques: Play in childhood" (1935).
Deze methode, die al snel "World Technique" genoemd werd, werd
gaandeweg gebruikt in andere klinieken en in andere landen.
In 1956 raakte Dora Kalff op een psychiatrische conferentie in Zürich
onder de indruk van dr. Lowenfeld en haar Wereldtechniek. Aangemoedigd
door Jung ging Kalff naar Londen om te werken en te studeren met
Lowenfeld en een aantal anderen, zoals D. W. Winnicott en M. Fordham,
twee beroemde kinderartsen en therapeuten, die veel vanuit de
objectrelatie-theorie werkten.
Toen Dora Kalff terugkwam in Zwitserland begon ze haar praktijk met
kinderen. Haar wens was om het Jungiaanse gedachtengoed vorm te geven
in een therapeutische modaliteit die voor kinderen, en zoals later
bleek ook voor volwassenen, bruikbaar zou zijn. Zij nam als
uitgangspunt de stelling van Jung, dat er een fundamentele neiging tot
heelheid en genezing in de menselijke psyche aanwezig is. Om deze
neiging te activeren was volgens haar een "free and protected space"
nodig. Zij creëerde deze ruimte door een onvoorwaardelijke acceptatie
van het kind te koppelen aan het spelen in de zandtafel. Door het
totaal accepteren en niet (indringend) duiden, en door het ondersteunen
van het non-verbale proces dat zich in de zandbak ontvouwde, probeerde
ze via observaties voor zichzelf zicht te krijgen op wat er op een
niet-verbaal niveau bij het kind aanwezig was.
Op den duur begon Kalff bepaalde ontwikkelingsstadia te herkennen in de
zandbeelden die door de kinderen werden gemaakt. Ze zag deze als
uitdrukking van een psychologisch rijpingsproces dat zich afspeelde
binnen in het kind. In die tijd had ze nog geen conceptueel raamwerk om
uit te leggen wat zij zag. Later kwam ze in contact met de ideeën over
de psychologische ontwikkeling in de vroege kindertijd van Erich
Neumann, een vooraanstaand Jungiaans analyticus. Kalff en Neumann waren
erg belangrijk voor elkaar in het ontwikkelen van hun ideeën. Jammer
genoeg kwam hun samenwerking voortijdig ten einde door het vroegtijdig
overlijden van Neumann. Kalff werd ook beinvloed door het
Zen-Boeddhisme. Ze zag in haar eigen gewoonte om geen duidingen te
geven op het moment dat het zandbeeld gecreeerd werd een overeenkomst
met de Zen-gewoonte om geen direct antwoord te geven op vragen maar
eerder de persoon terug te werpen op zijn eigen imaginatie en
innerlijke bronnen.
Toen Kalff sandplay-therapie met volwassenen ging doen ontdekte ze dat er zich dezelfde ontwikkelingsprocessen afspeelden als bij kinderen, wat voor haar betekende dat sandplay zich afspeelt op pre-verbale dieptes, ofwel op een vrij primitief niveau van het onbewuste. Door de nadruk die in onze samenleving gelegd wordt op beschaafd gedrag worden meer primitieve (tegelijk ook heel natuurlijke!) gevoelens van passie, seksualiteit, woede, haat en afgunst afgesplitst en uit het bewustzijn verdrongen. Door deze heftige emoties af te splitsen worden de ermee samenhangende natuurlijke energiebronnen minder toegankelijk. Binnen de grenzen van de zandtafel kan het kind al zijn emoties de vrije loop laten. Wanneer het kind weer in verbinding komt met de afgesplitste gedeeltes van zichzelf, kan de natuurlijke energie weer in dienst komen van zijn ontwikkeling.
3. SANDPLAY ALS SPEL ZONDER REGELS
Sandplay kan gezien worden als een spel zonder
regels. Voordat dit spel veilig en zinvol kan worden gespeeld is het
nodig om een aantal omstandigheden te creëren.
Om sandplay als therapievorm te kunnen doen heeft men een rechthoekige
zandbak nodig met binnenmaten in de volgende verhoudingen: 54 cm breed
en 69 cm lang; de diepte van de bak is zo'n 7 cm. De binnenkant van de
bak is geschilderd in een zeeblauwe kleur en de zandbak wordt voor
tweederde gevuld met zand.
Een belangrijke voorwaarde bij sandplay is het
ongestoord bezig kunnen zijn. Belangrijk is dan ook het niet duiden
door de therapeut. Voor kinderen is het spelen met zand een onmiddelijk
herkenbare en vanzelfsprekende manier om zichzelf uit te drukken. Een
kind begeeft zich zowiezo van narure in symbolisch spel zodra het de
kans krijgt. Het is een bevrijdende ervaring dat binnen sandplay het
onbewuste zijn eigen weg kan gaan. Het kind ervaart dit als een eigen
realiteit. Ook neemt dit de vorm aan dat kinderen zelf nieuwsgierig
raken naar de beelden die tijdens het sandplay lijken te ontstaan
vanuit hun handelen. Want het is zelden zo dat sandplay gepland en
gestuurd kan worden. De interactie met het zand, het water en de
miniaturen, èn het handelend bezig zijn, creëert altijd "verrassingen"
in het spel.
Tijdens sandplay wordt het accent vooral gericht op de ervaring van het
maken van de 'wereld'. Er wordt vooral aandacht gegeven aan het spel en
aan spontane non-verbale communicatie. Diepe waardering voor wat het
kind maakt en empathie voor de worstelingen en de emoties die tijdens
het sandplayproces doorgemaakt worden, vormen een voedingsbodem voor de
in het kind aanwezige mogelijkheden tot verandering en groei.
Na voltooiing van het beeld wordt een foto of dia van het
sandplay-beeld gemaakt. Zo wordt het samenspel van bewust en onbewust
ook "buiten" in beelden vastgelegd. De zandtafel wordt nooit door het
kind opgeruimd; dit gebeurt pas nadat het kind vertrokken is. Hierdoor
blijft het sandplay-beeld in de voorstelling van het kind intact.
In een later stadium geeft het samen met het kind terugkijken of
reviewen van de beelden aan de hand van de foto's/dia's een
mogelijkheid om erover te praten en om een gevoel, ervaring en cognitie
samen te voegen.

figuur 2 . Zandtafel

figuur 3. Sandplay-materiaal
Voor de therapeut is het moeilijk maar noodzakelijk
om de verleiding te weerstaan op een intellectueel niveau dit onbewuste
proces te gaan duiden. De poging om zo'n proces te analyseren komt
sterk overeen met de rationele instelling die onderdeel is van onze
samenleving. De kracht van de natuurliujke genezende potenties in de
psyche worden op deze manier verkleind of zelfs tenietgedaan.
De grote waarde van sandplay voor kinderen zowel als voor volwassenen
ligt in het ervaringskarakter van deze methode. Wanneer ervaring
bevrijd wordt van louter intellectualiseren komt het psychische leven
in beweging en worden gestagneerde energieën vrijgemaakt door de
groeikracht van natuurlijke ontwikkelingsprocessen.
Tenslotte is de aanwezigheid van een speciaal in sandplay opgeleide
psychotherapeut een noodzakelijke voorwaarde, een psychotherapeut die
zich grondig bewust is van specifieke condities die nodig zijn om
vruchtbaar gebruik te kunnen maken van deze therapeutische modaliteit.
Daartoe is een diepgaand hebben doorgemaakt van een eigen
sandplay-proces onontbeerlijk.
4. BASISCONCEPTEN ROND SANDPLAY
In haar boek "images of the Self" beschrijft
Estelle Weinreb een aantal basisconcepten met betrekking tot sandplay.
Sandplay-therapie, zoals ontwikkeld door Kalff, maakt gebruik van
theoretische concepten van Jung en van Erich Neumann. Hier volgen acht
concepten, zoals beschreven door Weinreb.
5. ONTWIKKELINGSSTADIA IN SANDPLAY
In sandplay van zowel
kinderen als volwassenen worden ontwikkelingsstadia uit de kindertijd
teruggezien. Bij kinderen neemt spel niet alleen een centrale plaats
in, maar ook wordt hun ontwikkeling weerspiegeld, ondersteund en worden
groeiimpulsen gegeven door spel (Hees en Hees, 1993).
Dora Kalff bestudeerde de ontwikkeling van kinderen via sandplay. Zij
onderscheidde drie stadia van ego-ontwikkeling (1971). Ook Neumann
hield zich bezig met ego-ontwikkeling tijdens de kindertijd, maar
vanwege de beperkte ruimte in dit artikel zal ik volstaan met een
beschrijving van de drie stadia die Kalff onderscheidde, en wel:
1. het animaal-vegetatieve stadium;
2. het vechtstadium, en
3. het stadium van aanpassing aan het
collectief.
Het animaal-vegetatieve
stadium hangt samen met het ervaren van de moeder-kind band op primair
niveau en van het eigen vroege driftleven. In de gezonde ontwikkeling
maken kinderen in dit stadium voornamelijk gebruik van dieren, bomen en
planten. Veel kinderen maken rivieren of vijvers en stoppen ook
verschillende vormen van voedsel in de zandtafel. Volgens Kay Bradway
verwijst dit naar een wijze van voeding geven aan zichzelf. Dit
zichzelf voeden is een stap in de richting van een hoger niveau van
ego-autonomie. Wanneer een kind zichzelf kan voeden en daar plezier aan
beleeft, kan het zich gaan losmaken van de lust van het gevoed worden
via borst of fles.
Het toevoegen van planten en bomen lijkt verbonden te zijn met een
innerlijk gevoel van mogelijkheid voor psychische groei; dit in
contrast met de schraalheid en starheid van zandwerelden die volledig
zonder leven zijn. Dergelijke beelden weerspiegelen voornamelijk
verwaarlozing in de vitale, biologische sfeer van de vroege
moeder-kindrelatie.
Vulkanen kunnen in deze context gezien worden als opgekropte gevoelens.
Naarmate deze gevoelens naar buiten komen kunnen ze een kind
voortstuwen uit de passieve ontvangende band van de moeder-kindrelatie
richting het meer actieve, vechtende stadium. Wanneer het kind niet
loskomt uit de passieve, "orale" band met de moeder en de ontwikkeling
in dit stadium gefixeerd raakt, vervalt het kind in passiviteit,
angsten en psychosomatische ontladingen via vage lichamelijke klachten.
Het vechtstadium
kondigt het begin aan van het ego-bewustzijn of, laten we zeggen, het
stadium waarin een kind moet voldoen aan eisen en zijn autonomie moet
winnen.
Dit stadium kan gezien worden als een moment waarop het kind zich door
verzet losmaakt uit de moeder-kindband om de eigen persoonlijkheid
steeds meer vorm te geven. In sandplay-werelden wordt dit weerspiegeld
in de vorm van oorlogen en scènes waarin veel gevochten wordt. Deze
vechtachtige accentuering van het masculine is blijkbaar nodig, zowel
fylogenetisch als ontogenetisch, en wel om het bewustzijn en het ego
los te maken en te bevrijden uit het overwicht van de moederlijke
energie.
Alleen het heroïsch vechtende ego is in staat om het feminien-maternale
te boven te komen. Wanneer dit feminien-maternale het ego en het
mannelijk principe van het bewustzijn belemmert in hun ontwikkeling
naar onafhankelijkheid, wordt het een bron van angst in de vorm van de
Verschrikkelijke Moeder, een bedreigende oerkracht die vaak vorm krijgt
in een draak, heks, inktvis of andere verslindende wezens.

figuur 4 Jan (6 jaar, 7 maanden)
"Dit is
de heilige witte indiaan met de beesten die de witte man redt van het
vuur", vertelt Jan. Thema's van gevangenschap en redding; dierlijke
krachten die in samenwerking met een krachtige, bijzondere, centrale
persoon, de indiaan, op de berg de gevangen held redden. De held wordt
gevangen gehouden door "mindere mensen" zoals hij het noemt, die hem
aan het vuur willen geven.
Deze jongen markeert met dit sandplay de overgang van een
vroeg-kinderlijk wereldbeeld waarin "de goden" (de ouders) offers
vragen, naar een meer gedifferentieerd wereldbeeld waarin de verbinding
tussen een groeiend besef van zelf (witte indiaan), los van de ouders,
ingezet wordt om het zelf dat nog vast in een vorige fase vrij te
maken. Het animaal-vegetatieve niveau is zichtbaar aan de wilde beesten
(de eigen dierlijk/lichamelijke impulsen en krachten), die tevoorschijn
komen uit de plantengroei (ontwikkelingsdrang). Deze wilde dieren
ondersteunen de witte indiaan in zijn bevrijding van de witte man - die
anders geofferd wordt aan de figuur van de Verschrikkelijke Vader, de
negatieve oervader die menselijke offers vraagt.
In de derde fase, wordt
het accent gelegd op een aanpassing aan collectieve waarden
en normen. In dit stadium komt het kind tot een gevoel van
eigenheid dat rekening houdt met gangbare normen en waarden zonder dat
het de eigen creativiteit en specifieke mogelijkheden opgeeft. Het gaat
er hier om basale leefregels te leren hanteren zonder star te worden.
Het gebruik van hekken lijkt samen te gaan met een opkomend vermogen om
om te gaan met de krachten vanuit de cultuur. Andere beelden, die
hieraan gerelateerd zijn, zijn bijvoorbeeld zandbeelden die te maken
hebben met school, met interacties, vooral conflictueuze interacties
met autoriteitsfiguren, zoals ouders, leerkrachten en politie. Ook
contrasten van goed en kwaad. De overgang naar dit derde stadium
weerspiegelt zich in weken of maanden, waarbij afwisselende scènes
geconstrueerd worden waarin veel gevochten wordt en scènes waarin
beesten door hekken omringd worden. Wanneer men kijkt naar een serie
kinderwerelden, dan is het mogelijk om aan te geven dat een scène met
dieren die in hekken zijn, meestal gebeurt nadat er in de voorgaande
scène veel agressie plaatsvond.
In deze fase maken kinderen vaak gebruik van bruggen. Een brug geeft
aan dat er een poging gedaan wordt om een verbinding te leggen tussen
de verschillende en vaak tegengestelde delen van zichzelf. Het goed en
het kwaad, de passieve en agressieve elementen, de impuls om volwassen
te worden en de impuls om baby te blijven en passief te blijven.
Het kunnen herkennen en tolereren van tegenstellingen, gevolgd door het
oplossen of vasthouden van de tegenstellingen, gaat samen met een
verandering, of transformatie, in de psyche. Een brug lijkt vooral
samen te hangen met de beweging waardoor een verbinding en zelfs een
integratie gemaakt kan worden van verschillende, tegenover elkaar
gestelde delen van zichzelf. Het voedsel geven aan dieren wordt in
verband gebracht met het geven van voeding aan zichzelf. Men voedt
zichzelf door het driftleven te honoreren. Als gevolg daarvan krijgt
men ook energie en "voedsel" terug van de instinctieve of driftmatige
kant van de persoonlijkheid die als voedingsbodem fungeert. Het ego
reguleert het contact met deze innerlijke bronnen van energie en de
collectieve waarden en normen die, gedestilleerd uit de menselijke
evolutie, richtlijnen geven voor moreel tussenmenselijk gedrag.
Hoewel er een relatie bestaat tussen leeftijd en het in beeld komen van
deze verschillende fasen is hier niet sprake van een lineaire relatie.
Het zal niet altijd zo zijn dat men makkelijk van het ene stadium naar
het andere gaat of dat hun opeenvolging rigide is. Kinderen zowel als
volwassenen bewegen zich heen en weer, voorwaarts en terugwaarts over
de verschillende stadia van ontwikkeling.
6. SLOT
Sandplay is een manier om de energie van het onbewuste te visualiseren in een symbolische spelvorm.LITERATUUR
Bradway, K., et al., Sandplay Studies:
Origins, Theory and Practice, Boston, 1990.
Hees-Stauthamer, J. C., R. O.
Hees, Spel in de ontwikkeling van kinderen, in: Speelblokken,
Samsom H.D. Tjeenk Willink, 1993.
Kalff, Dora M., Sandplay: a psychotherapeutic approach to the
psyche. Boston, 1980.
Reichard, G., Navajo Religion; a study of symbolism,
Princeton, 1974.
Weinreb, E. L., Images of the Self; the sandplay therapy process.
Eerder verschenen publicatie in Tijdschrift 'Speelblokken'. van dr. Jellemiek Hees
NOG MEER ARTIKELEN OVER SANDPLAY op de websites van
praktijk voor creatieve therapie Op Zolder